Inloggen

Help bij deze pagina Printvriendelijke versie van deze pagina Mail deze pagina door

  Wat zijn opstellingen?  >> Veel gestelde vragen

Vraag en Antwoord

Veel gestelde vragen:

Waarom werken opstellingen?

Bert Hellinger, de belangrijkste initiator van familieopstellingen, erkent dat hij niet weet waarom opstellingen werken. Hij vindt het ook niet van belang te weten waarom ze werken. Voor hem telt het feit dát ze werken. Verklaringen maken voor hem geen verschil voor het praktische werk. In een interview met Gabriele ten Hövel zegt hij: "Er is een diepte waar alles samenstroomt. Deze ligt buiten onze tijd. Soms zijn er situaties waarin we in verbinding komen met deze diepte. Dan komen ordeningen aan het licht, verborgen ordeningen, en deze kunnen door middel van onze ziel iets groters raken."
Interessant is dat opstellingen ook effect kunnen hebben op familieleden die niet weten dat hun familie opgesteld is.
De Engelse bioloog Rupert Sheldrake heeft wereldwijd bekendheid verworven met zijn onderzoek naar en theorie over zogenaamde 'morfogenetische velden'. Zijn theorie vertelt dat eigenschappen niet alleen via genen worden overgebracht, maar ook door morfogenetische velden, velden waarin informatie ligt opgeslagen. Elk veld heeft zijn eigen soort collectief geheugen en elk veld wordt verrijkt door ieder daarbij horend individu. Zodoende is ook ieder lid daarmee in verbinding. Je kunt een opstelling zien als een middel om toegang te krijgen tot het morfogenetische veld van je familie. Deze theorie zou een verklaring kunnen zijn voor het feit dat in opstellingen representanten toegang krijgen tot informatie uit het familiebewustzijn van de opsteller. Door hun positie in en door de kracht van de opstelling maken ze als het ware voor een moment deel uit van het familiebewustzijn van de opsteller. Daan Van Kampenhout bekijkt opstellingen vanuit een sjamanistische traditie. Hij stelt dat de representanten worden geholpen door zogenaamde 'helpers'.

Waarom heb je voor een opstelling zo weinig informatie nodig?

Voor het starten van een opstelling vraagt de begeleider naar relevante informatie. Het is voor een begeleider vaak voldoende om alleen feitelijke informatie te hebben, zoals: hoeveel broers en zussen zijn er, is iemand vroeg overleden of is iemand ernstig ziek? Waren er belangrijke eerdere partners? Had of heeft iemand een zwaar lot?
De begeleider is niet geïnteresseerd in jouw persoonlijke psychologische uitleg van de situatie. Die is voor jou weliswaar belangrijk, maar die doet bij opstellingen niet terzake. Immers, een opstelling werkt niet met jouw individuele psychologie of verklaring, maar met de dynamiek van het systeem waarvan jij deel uitmaakt. Daarin is van belang welke belangrijke en/of dramatische gebeurtenissen hun uitwerking hebben op de individuele leden van het systeem en daarbij gaat het om feitelijke gebeurtenissen, zoals de feitelijke samenstelling van het gezin e.d.
Ook voor representanten werkt persoonlijke informatie die niet relevant is voor de dynamiek vertroebelend. Het gaat er immers niet om dat zij zich kunnen inleven in de persoon die ze vertegenwoordigen, maar dat ze zich openstellen voor informatie die vanuit de opstelling zelf komt, zonder dat ze er actief iets voor hoeven te doen.

Waarom worden opstellingen soms afgebroken?

Belangrijk bij het doen van een opstelling is het 'erkennen-wat-is'. Het gaat bij het opstellen niet om het creëren van een goed gevoel, maar om inzicht en erkenning van krachten en gebeurtenissen die hebben geleid tot het probleem of de vraag die voor de opsteller de aanleiding was om een begeleider te zoeken en de opstelling te doen. Toch voelen veel mensen zich na een opstelling beter, krachtiger. Hoe kan dat? Een opstelling bestaat, simpel gezegd, uit drie fasen:
a. duidelijk te krijgen wat speelt.
b. ieder lid van het systeem te geven waar hij recht op heeft. Dat is de fase waarin de representanten zoeken naar een nieuwe positie, een nieuwe ordening, die 'klopt'.
c. de opsteller verzoent zich op zielsniveau met dit 'nieuwe' beeld.

Een afgebroken opstelling kan voor de cliënt frustrerend zijn. Immers zijn probleem is niet opgelost. Toch is het vaak zo dat eerder stoppen een belangrijke stap is, die lang nawerkt en een nieuwe impuls geeft aan het therapeutische proces van de opsteller.

Welke rol speelt de begeleider?

Het resultaat van een opstelling wordt ook door de persoonlijkheid van de begeleider beïnvloed. Vanuit zijn deskundigheid, ervaring en specialisatie, maakt de begeleider voortdurend keuzes. Dat begint bijvoorbeeld al met het bepalen wie of wat er zal worden opgesteld. Zo kun je met dezelfde vraag bij verschillende begeleiders verschillende startopstellingen krijgen. Voor het resultaat zou dit niets uit moeten maken, omdat elke 'goede' begeleider uiteindelijk de belangrijkste thema's in het systeem zal kunnen vinden, vooropgesteld dat die uit het systeem naar boven komen.. Er zijn meerdere wegen die naar Rome leiden.
Ook persoonlijke onverwerkte thema's van een begeleider kunnen een rol spelen. Als de begeleider zelf angst heeft voor een bepaald thema, dan kan dit onbewust doorwerken op de opsteller en de representanten. Een onervaren begeleider zal ook langer nodig hebben om tot een goede 'oplossing' te komen.

Hoe werkt een oplossing?

Het woord oplossing is een letterlijke vertaling van het Duitse woord Lösung. Het woord oplossing kent meerdere interpretaties. Het gaat bij het doen van een opstelling niet om een 'goed-gevoel' ervaring of om het herkaderen van een oude situatie waardoor je rotgevoelens weg kunt nemen. De 'oplossing' is veeleer het onderkennen van 'dat-wat-is' en het wegnemen, het 'laten oplossen', van datgene wat een vrije stroom van liefde in de weg staat. Dat geeft meestal ook een goed gevoel, maar dan op een dieper en veel krachtiger niveau dan enkel blijdschap.

Waarom zijn de doden ook onderdeel van een opstelling?

Een belangrijk uitgangspunt bij opstellingen is dat iedereen in een familie evenveel recht heeft om erbij te horen. Dat geldt uiteraard voor de nog levenden, maar bij opstellingen geldt het ook voor hen die overleden zijn. Doden waar niet op de juiste manier om gerouwd is, of die vergeten of verstoten zijn, kunnen nog generaties lang invloed hebben op het familiesysteem. Dat kan zich bijvoorbeeld uiten in het gegeven dat een kind uit een latere generatie problemen ondervindt die niet logisch te verklaren zijn. Het kind is, onbewust, verbonden met de niet erkende of verstoten dode en geeft daarmee aan het systeem aan dat er iets 'niet goed' is, iets dat moet worden rechtgezet. Als de dode zijn juiste en waardige plek in het systeem weer heeft ingenomen, kan het kind opgelucht ademhalen en kan het zijn/haar 'eigen' leven weer leiden.

Bij de meeste opstellingen begint de begeleider zonder representanten voor overledenen. Zo kan de begeleider belangrijke veranderingen waarnemen als ze wel worden opgesteld.
De Franse psychologe en professor Anne Ancelin Schützenberger heeft ontdekt, dat zelfs traumatische gebeurtenissen van eeuwen geleden in het familiebewustzijn door kunnen werken. In latere generaties doen zich dan ziektes, ongelukken of zelfs suïcidepogingen voor die grote vergelijkingen vertonen met de gebeurtenissen van lang geleden. Zo zijn voorbeelden bekend van opstellers bij wie in de familie steeds op een zelfde datum een ongeluk of zelfmoord plaatsvond.
Bij zwaar lichamelijk of psychosomatisch zieke patiënten heeft Schützenberger voorvaderen gevonden die tijdens de Franse revolutie onder zware omstandigheden omgekomen waren en om wie niet passend of onvoldoende gerouwd was. Toen deze voorvaderen weer liefdevol in het hart gesloten werden en zo hun waardigheid teruggekregen hadden, verdwenen de symptomen van ziekte bij de nakomelingen.

Hoe effectief zijn opstellingen eigenlijk?

Hier volgt een citaat uit Bert Hellingers boek: "Was in Familien krank macht und heilt."
"Ik vind dat de behoefte om te willen weten of dit werk effectief is legitiem. Maar om dit werk te kunnen beoordelen, moet men er wel zelf mee gewerkt hebben. Terwijl je bezig bent krijg je namelijk al respons en dan kan je inschatten wat wel helpt en wat niet. De belangrijkste reactie en informatie krijg je al tijdens de opstelling. Dan zie je onmiddellijk als iets verandert in de blik, in het gevoel, in de stemming of in de kracht om iets te doen. Wat iemand uiteindelijk daarmee doet, kan de therapeut niet bepalen. Om die reden is een evaluatie na enige tijd niet werkelijk betrouwbaar. Er zijn zo veel andere factoren die wel invloed hebben, maar niet meegenomen kunnen worden in de beoordeling. Bijvoorbeeld als de 'trouw' van een kind aan zijn ouders manifest wordt en het toch liever sterft, dan dat het de oplossing aanvaardt. Dan zou je kunnen denken dat de therapie niet succesvol was. Maar dat is niet zo. De cliënt blijft vrij om zijn eigen beslissingen te nemen, onafhankelijk van de therapie."

Heb je altijd een groep nodig, om een opstelling te kunnen doen?

Nee, er zijn ook veel begeleiders die in individuele sessies met opstellingen werken. Ze gebruiken bijvoorbeeld sjablonen of poppen om het systeem te verbeelden, of laten de cliënt het systeem tekenen. Bij het gebruik van sjablonen wordt de vrouw vaak door een cirkel, en de man door een vierkant uitgebeeld. Deze vorm van aanduiding heeft geen psychologische betekenis, ze is internationaal zo ontstaan en gegroeid. Bij het werken met sjablonen kan de opsteller de verschillende posities innemen in plaats van representanten. Ook de begeleider kan de plaats van een representant op een sjabloon innemen.
Opstellingen in individuele sessies kunnen een goede start zijn, maar voor het vinden van een nieuwe ordening waarin alle leden van het systeem hun 'juiste' plek innemen, is een groep met representanten nodig.

 

 

 
 
Terug omhoog


(c) 2003 opstellingen.net